Quinn-scan De test

Het Quinn-leiderschapsprofiel

Hierbij vindt u de instructies voor de Quinn leiderschapstest. Succes bij het invullen!

Deze test bestaat uit 2 onderdelen:

  1. Deel 1: leiderschaps- of ondernemersrollen
  2. Deel 2: leiderschaps- of ondernemersvaardigheden

Na het afwerken van deel 2 worden uw resultaten automatisch doorgestuurd. U krijgt deze dan ook meteen te zien.

Identificatie

Gelieve volgende gegevens in te vullen vooraleer de test te starten.

Velden aangeduid met een * zijn verplicht in te vullen.

Ik ben een
Privacybeleid

Deel 1: Leider­schaps­rollen

Onderstaande lijst bestaat uit omschrijvingen van de wijzen waarop leidinggevenden te werk gaan. Geef in het vakje achter elke zin aan hoe vaak u als leidinggevende het omschreven gedrag vertoont door een waarde te geven tussen de 1 tot 7, waarbij 1 staat voor ‘bijna nooit’ en 7 voor ‘bijna altijd’.

Omschreven gedrag

  • Bijna nooit
  • Zeer weinig
  • Weinig
  • Af en toe
  • Vaak
  • Zeer vaak
  • Bijna altijd
  1. Inventieve ideeën inbrengen.

  2. Invloed uitoefenen op leidinggevenden in de organisatie.

  3. Overtuigen om ambitieuze organisatiedoelen te benoemen.

  4. Voortdurend het doel van de afdeling verduidelijken.

  5. Zoeken naar innovatieve en potentiële verbeteringen.

  6. De rol van de afdeling heel duidelijk stellen.

  7. Strak de hand houden aan de logistiek.

  8. Bijhouden wat zich binnen de afdeling afspeelt.

  9. Wederzijdse geaccepteerde oplossingen zoeken voor openlijke meningsverschillen.

  10. Luisteren naar de privé – problemen van medewerkers.

  11. De afdeling sterk gecoördineerd en goed georganiseerd houden.

  12. Open gesprekken houden over botsende meningen in een groep.

  13. De afdeling stimuleren om doelen te bereiken.

  14. De kernverschillen tussen groepsleden boven tafel halen en vervolgens actief meewerken aan de oplossing ervan.

  15. Erop toezien dat men zich aan de regels houdt.

  16. Elke medewerker met gevoel en zorg behandelen.

  17. Experimenteren met nieuwe concepten en procedures.

  18. Aandacht en betrokkenheid tonen in de omgang met ondergeschikten.

  19. De technische capaciteit van de werkgroep trachten te verbeteren.

  20. Doordringen tot mensen in hogere functies.

  21. Inspraak bij de besluitvorming aanmoedigen in de groep.

  22. Notulen, verslagen etc. vergelijken om tegenstrijdigheden op te sporen.

  23. Werkplanning problemen binnen de afdeling oplossen.

  24. De afdeling de verwachte doelen laten bereiken.

  25. Problemen op creatieve, heldere wijze oplossen.

  26. Bedacht zijn op problemen bij de doorstroom van werk en een mogelijke crisis vermijden.

  27. Controleren op fouten en vergissingen.

  28. Op een overtuigende manier nieuwe ideeën verkopen aan leidinggevenden.

  29. Erop toezien dat de afdeling op tijd de afgesproken doelen bereikt.

  30. Afstemming binnen de afdeling stimuleren.

  31. De prioriteiten en de werkrichting van de afdeling duidelijk stellen.

  32. Bezorgdheid tonen voor het welzijn van medewerkers.

  33. Consequent de afdeling georiënteerd houden op het resultaat.

  34. Beslissingen beïnvloeden die op managementniveau genomen worden.

  35. Regelmatig de doelstellingen van de afdeling verduidelijken.

  36. Een sfeer van orde en afstemming scheppen binnen de afdeling.

Deel 2: Leider­schaps­vaar­dig­heden

Onderstaande lijst bestaat uit omschrijvingen van competenties die bij de verschillende leiderschapsrollen behoren. Geef in het vakje achter elke zin aan in hoeverre een bepaalde omschrijving op u van toepassing is. U maakt hierbij gebruik van de schaal 1 tot 7, waarbij 1 staat voor ‘helemaal niet mee eens’ en 7 voor ‘helemaal mee eens’.

Omschreven competentie

  • Helemaal niet mee eens
  • Niet mee eens
  • Eerder niet mee eens
  • Neutraal
  • Eerder mee eens
  • Mee eens
  • Helemaal mee eens
  1. Ik kan de voor- en nadelen van het werken in multidisciplinaire teams uitleggen.

  2. Ik weet op een handige manier het beste uit mensen te halen.

  3. Ik ben een sterk gemotiveerd persoon.

  4. Ik durf te experimenteren.

  5. Ik concentreer mij op de kerntaken.

  6. Ik weet hoe ik taken moet (her)ontwerpen, rekening houdend met de behoeften van de werknemer.

  7. Ik doe altijd iets meer dan dat de ander verwacht.

  8. Ik maak bij projecten afspraken over wie wat doet en wanneer.

  9. Ik weet hoe je mensen het beste kunt betrekken bij de plannen van veranderingen in de organisatie.

  10. Ik benut de mening van anderen.

  11. Ik weet wat ik met onze organisatie wens te bereiken.

  12. Ik ben heel ontspannen als ik een groep mensen moet toespreken.

  13. Ik spreek anderen aan op hun afwijkend gedrag.

  14. Ik ben vastberaden in het nastreven van oplossingen.

  15. Ik ben goed in staat om anderen effectief te begeleiden.

  16. Ik geef nieuwe oplossingen voor oude problemen.

  17. Ik weet technieken toe te passen om knelpunten in het proces te ontdekken.

  18. Ik ken analysetechnieken om processen te verbeteren.

  19. Ik ga goed om met emoties.

  20. Ik zet een werkzame organisatie op.

  21. Ik kan effectief meevoelen en bedachtzaam luisteren.

  22. Binnen een project werk ik goed samen met andere afdelingen.

  23. Ik weet met een team te anticiperen op de wensen van klanten.

  24. Ik maak van een verzameling personen een team.

  25. Ik breng de boodschap duidelijk over.

  26. Ik heb een systeem voor mijn papieren dat voorkomt dat ik vergeet waar ze liggen.

  27. Ik kan de visie voor mijn organisatie beeldend verwoorden.

  28. Ik kan mensen begeleiden en helpen in hun ontwikkeling.

  29. Ik bewaak de voortgang en het resultaat van projecten.

  30. Ik begin mijn dag altijd met een persoonlijke planning.

  31. Ik kan mensen overtuigen met rationele overtuigingskracht.

  32. Ik weet hoe ik formeel gezag effectief moet gebruiken.

  33. Ik beschik over een aantal presentatietechnieken.

  34. Ik word gedreven door de behoefte aan voortdurende verbetering in mijn werk.

  35. Ik kan verschillende karakters goed laten samenwerken.

  36. Ik stimuleer mensen om hun grenzen te verleggen.

  37. Ik vertaal visie en beleid in doelen en activiteiten.

  38. Ik weet op effectieve wijze prioriteiten te stellen.

  39. Ik ben goed in het stimuleren van veranderingen in de organisatie.

  40. Bij onderhandelen weet ik hoe ik win-win resultaten moet onderzoeken.

  41. Ik weet hoe ik win-win situaties moet scheppen in conflicten.

  42. Ik hou van uitdagingen in mijn werk.

  43. Ik heb altijd een duidelijk omlijnd doel voor ogen.

  44. Ik inspireer teamleden om elkaar te ondersteunen.

  45. Ik inspireer anderen.

  46. Ik breng conflicterende partijen bij elkaar.

  47. Ik kan improviseren.

  48. Ik ken mijn krachten en mijn beperkingen.

  49. Ik schrijf een zakelijk document in begrijpelijke taal.

  50. Ik breng het gezamenlijke belang naar voren.

  51. Ik maak gebruik van de deskundigheden van anderen.

  52. Ik weet hoe ik met stress moet omgaan.

  53. Ik weet in welke situatie gedeelde besluitvorming niet past.

  54. Ik vind het heerlijk om te worden uitgedaagd in mijn werk.

  55. Ik ken de kwaliteiten van anderen.

  56. Ik begrijp het principe van effectief delegeren en weet het ook toe te passen.

  57. Bij mij weet iedereen wat van hem of haar gevraagd wordt.

  58. Ik weet hoofd- van bijzaken te onderscheiden.

  59. Bij het organiseren weet ik alles over het verdelen van werk.

  60. Ik weet hoe je tot geaccepteerde besluiten kan komen.

  61. Ik geef medewerkers een eigen verantwoordelijkheid.

  62. Ik doe de belangrijkste zaken in mijn werk altijd op dat deel van de dag waarop ik het beste presteer.

  63. Ik stel goede vragen.

  64. Ik neem onzekerheid weg.

  65. Ik overleg met collega’s bij het bepalen van het gewenste resultaat.

  66. Ik beschik over verschillende onderhandelingstechnieken.

  67. Ik weet de kern uit informatie te halen.

  68. Mijn voordrachten zijn zeer effectief.

  69. Ik inspireer mensen vaak tot meer doen dan van ze verwacht wordt.

  70. Ik pas zelfsturing toe bij multidisciplinaire teams.

  71. Ik onderzoek graag nieuwe ideeën.

  72. Het plannen van een geslaagde verandering vereist goed inzicht in de reacties van de werknemers.

Deel 1: Onder­nemers­rollen

Onderstaande lijst bestaat uit omschrijvingen van de wijzen waarop ondernemers te werk gaan. Geef in het vakje achter elke zin aan hoe vaak u als ondernemer het omschreven gedrag vertoont door een waarde te geven tussen de 1 tot 7, waarbij 1 staat voor ‘bijna nooit’ en 7 voor ‘bijna altijd’.

Omschreven gedrag

  • Bijna nooit
  • Zeer weinig
  • Weinig
  • Af en toe
  • Vaak
  • Zeer vaak
  • Bijna altijd
  1. Inventieve ideeën inbrengen.

  2. Invloed uitoefenen op de organisatie.

  3. Overtuigen om ambitieuze organisatiedoelen te benoemen.

  4. Voortdurend het doel van de afdelingen verduidelijken.

  5. Zoeken naar innovatieve en potentiële verbeteringen.

  6. De rol van de afdelingen heel duidelijk stellen.

  7. Strak de hand houden aan de logistiek.

  8. Bijhouden wat zich binnen de onderneming afspeelt.

  9. Wederzijdse geaccepteerde oplossingen zoeken voor openlijke meningsverschillen.

  10. Luisteren naar de privé – problemen van medewerkers.

  11. De onderneming sterk gecoördineerd en goed georganiseerd houden.

  12. Open gesprekken houden over botsende meningen in een groep.

  13. De organisatie stimuleren om doelen te bereiken.

  14. De kernverschillen tussen groepsleden boven tafel halen en vervolgens actief meewerken aan de oplossing ervan.

  15. Erop toezien dat men zich aan de regels houdt.

  16. Elke medewerker met gevoel en zorg behandelen.

  17. Experimenteren met nieuwe concepten en procedures.

  18. Aandacht en betrokkenheid tonen in de omgang met medewerkers.

  19. De technische capaciteit van werkgroepen trachten te verbeteren.

  20. Doordringen tot mensen in de diverse functies.

  21. Inspraak bij de besluitvorming aanmoedigen in de groep.

  22. Notulen, verslagen etc. vergelijken om tegenstrijdigheden op te sporen.

  23. Werkplanning problemen oplossen.

  24. De medewerkers de verwachten doelen laten bereiken.

  25. Problemen op creatieve, heldere wijze oplossen.

  26. Bedacht zijn op problemen bij de doorstroom van werk en een mogelijke crisis vermijden.

  27. Controleren op fouten en vergissingen.

  28. Op een overtuigende manier nieuwe ideeën verkopen aan de medewerkers.

  29. Erop toezien dat de organisatie op tijd de afgesproken doelen bereikt.

  30. Afstemming binnen afdelingen stimuleren.

  31. De prioriteiten en de werkrichting van de afdelingen duidelijk stellen.

  32. Bezorgdheid tonen voor het welzijn van medewerkers.

  33. Consequent de organisatie georiënteerd houden op het resultaat.

  34. Beslissingen beïnvloeden die op managementniveau genomen worden.

  35. Regelmatig de doelstellingen van de organisatie verduidelijken.

  36. Een sfeer van orde en afstemming scheppen binnen de afdelingen.

Deel 2: Onder­nemers­vaar­dig­heden

Onderstaande lijst bestaat uit omschrijvingen van competenties die bij de verschillende ondernemersrollen behoren. Geef in het vakje achter elke zin aan in hoeverre een bepaalde omschrijving op u van toepassing is. U maakt hierbij gebruik van de schaal 1 tot 7, waarbij 1 staat voor ‘helemaal niet mee eens’ en 7 voor ‘helemaal mee eens’.

Omschreven competentie

  • Helemaal niet mee eens
  • Niet mee eens
  • Eerder niet mee eens
  • Neutraal
  • Eerder mee eens
  • Mee eens
  • Helemaal mee eens
  1. Ik weet een team te laten anticiperen op de wensen van klanten.

  2. Ik weet het maximale uit de onderhandelingen te halen.

  3. Ik hanteer functiebeschrijvingen waardoor iedereen efficiënt kan werken.

  4. Ik onderken de talenten van anderen en moedig hen aan deze toe te passen.

  5. Ik kan gemakkelijk een presentatie verzorgen voor bekenden en onbekenden, waarbij het publiek qua aantal sterk kan variëren.

  6. Ik weet hoe ik mijn persoonlijke invloed opbouw door anderen erbij te betrekken.

  7. Ik breng kritische zaken zodanig naar voren waarbij ik rekening hou met de gevoelens van anderen.

  8. Ik ken mijn krachten en mijn beperkingen.

  9. Ik betrek en stimuleer anderen van binnen en buiten mijn onderneming bij het bedenken van nieuwe strategieën.

  10. Ik kom met ideeën die buiten bestaande kaders liggen.

  11. Ik stel het eigen doel en standpunt bij om uiteindelijk het beoogde resultaat voor mijn onderneming te behalen.

  12. Ik maak ons onderscheidend vermogen scherper door eigen contacten met klanten.

  13. Ik blijf vasthouden aan mijn eigen visie.

  14. Bij mij weet iedereen wat van hem of haar gevraagd wordt.

  15. Ik zet de juiste persoon op de juiste plaats in mijn onderneming.

  16. Ik behoud in crisissituaties het overzicht en weet de juiste prioriteiten te stellen.

  17. Ik ben zeker van mijzelf in alle omstandigheden.

  18. Ik geef structureel feedback, aangevuld met vakkundige aanwijzingen.

  19. Ik houd met mijn manier van reageren rekening met het perspectief van de ander.

  20. Ik test mijn getalenteerde medewerkers uit op datgene wat de toekomst vraagt.

  21. Ik beweeg mij gemakkelijk in verschillende kringen en milieus.

  22. Ik stel zaken voor die niemand nog voor mogelijk had geacht.

  23. Ik hanteer een inspirerende visie omtrent de toekomst van mijn onderneming.

  24. Ik pas de selectiecriteria voor medewerkers aan op onze strategie.

  25. Ik hanteer een duidelijke strategische focus voor mijn onderneming.

  26. Ik ben alert op veranderingen in de maatschappij en politiek en zet deze om in concrete strategieën en doelen voor mijn onderneming.

  27. Ik lever met mijn nieuwe ideeën een belangrijke bijdrage aan het bestaansrecht van mijn onderneming.

  28. Ik weet hoe ik tot geaccepteerde besluiten kan komen die van belang zijn voor de koers van mijn onderneming.

  29. Ik geef altijd opbouwende kritiek en maak mensen enthousiast voor het werk.

  30. Ik hanteer carrièrepatronen in mijn organisatie.

  31. Ik bouw continu aan ons onderscheidend vermogen in de markt.

  32. Ik combineer verschillende trends en ontwikkelingen met elkaar tot een geïntegreerd toekomstbeeld.

  33. Ik vertaal wensen vanuit de markt in kritische succesfactoren.

  34. Ik pas zelfsturing toe bij multidisciplinaire teams.

  35. Ik formuleer uitdagende doelstellingen voor mijn onderneming.

  36. Ik kan de voor- en nadelen van het werken in multidisciplinaire teams uitleggen.

  37. Ik ben altijd objectief, ook waar er sprake is van strijdigheid van belangen.

  38. Ik stuur aan op periodieke besprekingen van de voortgang van projecten.

  39. Ik ken de specifieke competenties die voor ons succes gaan zorgen.

  40. Ik spreek anderen aan op hun afwijkend gedrag.

  41. Ik ben vastberaden in het nastreven van oplossingen.

  42. Ik stel goede vragen.

  43. Ik inspireer en faciliteer anderen tot voortgangscontrole.

  44. Ik plan in woelige tijden een koers waarbij ik de stress in de organisatie weg neem.

  45. Ik stel hoge eisen aan de kwaliteit van het eigen werk en dat van anderen.

  46. Ik schep randvoorwaarden voor medewerkers die initiatieven nemen.

  47. Ik weet hoe taken ontworpen moeten worden, rekening houdend met ons primair proces.

  48. Ik weet technieken toe te passen om knelpunten in het proces te ontdekken.

  49. Ik hanteer een juiste balans in mensgerichtheid versus resultaatgerichtheid.

  50. Ik benut de mening van anderen en betrek in mijn besluitvorming alle mogelijke informatiebronnen.

  51. Ik definieer heldere structuren, taakverdelingen en procedures die effectiviteit en efficiency bevorderen.

  52. Ik leg alle door mij gemaakte afspraken vast.

  53. Ik bepaal in overleg met de markt onze timing voor nieuwe producten / diensten.

  54. Ik stimuleer de conflicterende partijen om zelf te komen met mogelijke oplossingen.

  55. Ik voer veranderingen door bij tegenvallende resultaten.

  56. Ik weet hoe ik win-win situaties moet scheppen in conflicten.

  57. Ik zorg er voor dat anderen onderhandelen binnen de randvoorwaarden van mijn onderneming.

  58. Ik weet anderen te stimuleren en te bezielen.

  59. Ik spreek anderen aan op het bereiken van de doelstellingen.

  60. Ik maak een scherp onderscheid in hoofd- en bijzaken en doorgrond processen direct.

  61. Ik ben een sterk gemotiveerd persoon.

  62. Ik weet wat de standpunten en belangen van andere organisaties zijn tijdens onderhandelen.

  63. Ik heb het lef om in complexe en onzekere situaties met een hoog risico weloverwogen besluiten te nemen.

  64. Ik blijf kalm en objectief in moeilijke situaties en breng dit over op anderen.

  65. Ik pas in presentaties mijn taalgebruik en gedragsregels aan waardoor ik continu aandacht krijg.

  66. Ik baseer concrete acties op kritische performance indicatoren.

  67. Ik blijf ook onder extreme druk kritisch en zorgvuldig.

  68. Ik doorgrond bij veranderingen de verschillende scenario’s.

  69. Ik bewaak deadlines en mijlpalen van meerdere projecten.

  70. Ik maak binnen de onderneming middelen en tijd vrij zodat men in projecten kan werken.

  71. Ik zie kansen voor mijn onderneming die anderen (nog) niet zien.

  72. Ik sta open voor een diversiteit aan omgangsregels en ik handel ook hiernaar.

Even geduld aub...
Uw antwoorden worden verwerkt.